top of page

2e wereldoorlog in zeeland

  • 27 mrt
  • 22 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 27 mrt

Vrij als een vogel Je vleugels uitgestrekt

Gevlogen naar een plek zonder pijn

Je bent nu vrij

Het Gedenkteken ‘Slachtoffers Schouwen-Duiveland Tweede Wereldoorlog’ is bevestigd aan de muur van de Nieuwe Kerk in Zierikzee.

Daarop staan de namen van 218 mensen die als gevolg van de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen. Onbewust worden voorbijgangers naar dit indrukwekkende monument getrokken.

Vaak in gedachten verzonken zie je ze denken: “zo veel namen ... nooit geweten”.

Achter elke naam gaat een verhaal schuil, een verhaal over een mens, een persoon.

Vaak jonge mensen vol ambitie en vol verwachtingen van het leven.

Ze zijn om het leven gekomen door wie men was, wat men dacht en deed of gewoon door toeval.

Al die indrukwekkende verhalen vertellen over Schouwen-Duiveland en de Tweede Wereldoorlog.

Samen vormen ze een omvangrijk boekwerk.

Ze zijn diep doorgedrongen in het weefsel van de samenleving van ons eiland.


In 2025 is het tachtig jaar geleden dat Schouwen-Duiveland werd bevrijd.

Voor die herdenking zijn acht namen geselecteerd en hun verhaal opgeschreven.

Het doel is om jongeren, bewoners en bezoekers van Schouwen-Duiveland een beeld te geven over wie dat waren en wat er is gebeurd.

De verhalen getuigen hoe snel het kan omslaan en wat vrijheid en vrede waard is, een overweging van belang in de onrustige wereld van nu.

Het verleden is niet dood... nee, het is nog niet eens voorbij.

Vandaag Jacob Verwest, broer van de enkele weken geleden op 100-jarige leeftijd overleden Leendert Verwest.

Nu beschermd door de luwte van de Brouwersdam ligt aan de noordkust van Schouwen, verscholen achter een hoge dijk, het dorpje Scharendijke.

Bij hoogwater en Noordwesterstorm staat de deining hoog tegen de dijk en golven spatwater slaan over het dorp.

Hier wordt in 1882 Olivier Verwest geboren.

Zijn vader Jacob Verwest koopt in 1900 een kleine tjalk van 30 ton.

Olivier is dan 18 jaar en wordt direct ingezet.

Over het wilde getijdewater naar Rotterdam onder zeil en zonder motor is geen sinecure. Scharendijke krijgt in 1903 een eigen haven, de Kloosternolle.

Dan besluit Jacob een nieuw beurtschip te laten bouwen, met een motor van 35 pk.

Het beurtschip wordt de Noordzee genoemd en kan ook zeil voeren.

Olivier laat in Scharendijke een huis bouwen, pal achter de dijk en vlak bij de nieuwe haven.

Baken nr. 34 wordt in 1911 opgeleverd.

Datzelfde jaar trouwt Olivier met Adriana (Jaantje) uit Zuid-Beijerland.

Ze krijgen vier kinderen: Wilhelmina (Willie) in 1911, Arie in 1912, Jacob in 1915 en tien jaar later, in 1925, Leendert.

De kinderen gaan naar de Gereformeerde school die vlakbij ligt, een gelukkige tijd.

Na schooltijd buiten spelen, vliegeren boven op de dijk met bollen touw van vader.

De vlieger staat soms zo hoog dat je hem niet meer kunt zien.

Briefjes worden langs het touw naar de vlieger gestuurd.

Er komt zelfs een verbod om niet te hoog te vliegeren.

De KLM heeft een dienst op vliegveld Haamstede met een aanvliegroute over Scharendijke.

In 1927 wordt korfbalclub de Zwaluwen opgericht.

Veel dorpen hebben een club en het gezin Verwest doet volop mee in de competitie.

Willy trouwt en verlaat Baken 34 en ook Arie vertrekt.

Hij krijgt een aanstelling de Rivierpolitie.

Nakomertje Leendert gaat naar de mulo in Zierikzee.

Hij wordt verwend door zijn oudere broer Jacob. Jacob werkt bij vader Olivier op het beurtschip Noordzee en is voorbestemd het bedrijf over te nemen.

Landbouwproducten van Schouwen worden opgekocht en naar de markt in Rotterdam gebracht, en veevoer komt mee terug.

Jacob is 25 jaar als de oorlog uitbreekt.

Op vrijdag 10 mei 1940 vallen Duitse troepen Nederland binnen.

Vliegveld Haamstede wordt gebombardeerd en bewoners van Scharendijke staan met verbazing op de dijk te kijken naar luchtgevechten tussen Nederlandse en Duitse toestellen.

Al snel komt het nieuws van het verschrikkelijke bombardement op Rotterdam.

Direct na de capitulatie gaat vader Olivier op de ­ ets naar Rotterdam om te kijken of zijn klanten nog in leven zijn.

Op de ­ fiets naar Zijpe en dan met de veerboot naar Numansdorp.

Het leven wordt geleidelijk aan moeilijker.

Voedsel gaat op de bon en de handel via de schippersbeurs wordt voor de kleine beurtschippers stopgezet. Losse opdrachten door het hele land komen daarvoor in de plaats.

Jacob trouwt op een stormachtige dag in1942 met de 27-jarige Martina Dirkje de Vrieze (Tina), afkomstig van boerderij Klooster Bethlehem.

Wat is er gebeurd?

De oorlog kantelt en de Duitsers vrezen een invasie.

De bouw van de Atlantikwall wordt in 1942 versneld.

Strand en duin worden Sperrgebiet en Scharendijke wordt de aanvoerhaven voor de bunkerbouw.

Soms liggen er wel twintig schepen in het kleine haventje.

Ook het beurtschip Noordzee wordt ingezet voor het transport van zand, grind en levensmiddelen.

Zo gaan de oorlogsjaren voorbij, maar dan komt op 16 februari 1944 het bevel om Scharendijke binnen twee weken te ontruimen.



Het eiland wordt door de Duitsers onder water gezet als verdediging tegen een mogelijke invasie.

Slechts 23 mensen moeten achterblijven voor het binnenhalen van de oogst, onder wie Olivier en Jaantje, Jacob en Tina, en Leendert.

Op 17 september 1944 begint operatie Market Garden.

Engelse jachtvliegtuigen beschieten de schepen in de haven.

De Noordzee raakt beschadigd en wordt hoog op de dijkglooiing getrokken, zodat het schip niet kan zinken. De bewoners staan op de dijk met verbazing te kijken naar het overdonderende lawaai van de enorme vloot bommenwerpers en gliders op weg naar Arnhem.

Ze vliegen laag, pal over Scharendijke.

De laatste maanden van 1944 worden rampzalig.

De Slag om de Schelde is gewonnen, de rest van Zeeland is inmiddels bevrijd, behalve Schouwen-Duiveland, en de Duitsers zijn zeer gespannen.

Begin november moeten alle mannen tussen 17 en 40 jaar zich melden voor tewerkstelling in Duitsland: de Arbeitseinsatz.

In het land worden grote razzia’s gehouden.

Vanuit Rotterdam worden 70.000 mannen op transport gesteld.

In Scharendijke wacht men af.

Het verzet laat de bevolkingsadministratie van Renesse verdwijnen, inclusief Scharendijke.

Op 10 december 1944 mislukt een ontsnappingspoging naar bevrijd gebied van verzetsmensen en enkele ondergedoken Engelse piloten.

Tien verzetsmensen worden gearresteerd, door het Standgericht in Middelharnis ter dood veroordeeld, en opgehangen bij Renesse.

Dit maakt diepe indruk in Scharendijke.

Wanneer tien dagen later het bericht komt dat alle mannen zich moeten melden in de haven, is onderduiken geen optie meer.

Die middag staan er tweehonderd mannen aan de haven.

Ook Jacob is daarbij, en zijn jongere broer Leendert.

Ze worden overgevaren naar Ouddorp en lopen vervolgens naar Stellendam.

Vanaf Stellendam gaat de tocht verder, via Rotterdam naar Amsterdam.

Vandaar, met duizend man aan boord, via het IJsselmeer naar Kampen, in een grote boog om bevrijd gebied heen.

Vanaf Kampen gaat de tocht verder per trein.

Ter hoogte van Wierden wordt de trein beschoten en de locomotief vernield.

In paniek springen Jacob en Leendert uit de stilstaande trein en zetten het op een lopen.

Honderden ontsnappen en duiken onder. Jacob en Leendert hebben pech: ze worden opnieuw opgepakt en opgesloten, in afwachting van een nieuwe locomotief.

Ze komen uiteindelijk terecht in Velbert, midden in het Ruhrgebied.

Daar zijn ze met dertig man en worden ze ingezet voor het onderhoud van de spoorwegen.

Op 14 februari 1945 wordt een groep van vijftien man aangewezen, met Leendert, om naar Wahlscheid te vertrekken.

Jacob zet alles op alles om bij zijn jongere broer te blijven, en dat lukt.

Een barak bij het station wordt hun slaapplaats.

Daar verblijven al een aantal Russische dwangarbeiders.

Ze overnachten in de barak en de volgende morgen wordt een klein groepje, met Leendert erbij, eropuit gestuurd.

Jacob en de anderen blijven achter.

Leendert is nog maar net op weg wanneer geallieerde jagers het station onder vuur nemen.

Op het station staat een munitietrein en de wagons ontploffen met groot geweld.

De barak wordt zwaar getroffen en vliegt in brand.

Als de brand voldoende is gedoofd, gaat Leendert wanhopig op zoek naar zijn broer Jacob.

Hij wordt gegrepen door de politie, die hem verdenkt van lijkroof.

Zes doden worden op een kar afgevoerd.

Bij de gemeente is alleen het verblijf van de Russen bekend, en op het massagraf wordt een kruis gezet met: “Hier liggen zes onbekende Russen begraven.”

De groep wordt de volgende dag teruggebracht naar Velbert. Jacob Verwest, Adriaan van Nood uit Ellemeet en Jan Koster uit Middelharnis zijn er niet meer.

Op 18 april 1945 geven de ingesloten Duitse manschappen in het Ruhrgebied zich over.

Leendert gaat een tijdje voor het Amerikaanse leger werken en keert na de capitulatie terug naar Scharendijke.



In 2011, bijna 65 jaar later, zoekt Leendert contact met de gemeente Wahlscheid.

Zijn verhaal werpt een nieuw licht op de begraafplaats.

De namen van Jacob Verwest, Adriaan van Nood en Jan Koster worden aan de gedenkplaat voor de dwangarbeiders toegevoegd.

Wie gaan er schuil achter de namen op Gedenkteken?

Jacob Arie Verwest in 1942 als bruidegom van Martina de Vrieze.

Hij is als dwangarbeider op 16 februari 1945 in Wahlscheid om het leven gekomen.

Hij is dan 29 jaar.



Het Koningshuis vlucht via Burgh-Haamstede (Schouwen-Duiveland) naar Engeland, en keren pas terug als de vrede is bevestigd.

Ze duiken dan onder in een villa in het bos, tot het veilig is om te vertrekken.

Volgens Zeeuwse buren van dit huis.

Maar online vind men dit verhaal...




Op 9 april 1940 viel nazi-Duitsland Denemarken en Noorwegen aan.

De aanval leidde tot grote nervositeit en spanningen in het neutrale Nederland, waar op 28 augustus 1939 al de algemene mobilisatie van het leger was afgekondigd.

Uiteindelijk stonden tegen de 300.000 slecht bewapende, matig geoefende Nederlandse militairen klaar om de potentiële Duitse aanval af te slaan.

Terwijl de lucht zwanger was van naderend onheil, verscheen in de Nederlandse pers op 8 mei 1940 een bericht dat prinses Juliana een Amerikaans aanbod van veilig onderdak had afgewezen met de stellige belofte:

Onze plaats is hier in Nederland, of er gevaar dreigt of niet. Wij zullen nooit onze post verlaten.

In de vroege uren van 10 mei 1940 begon Fall Gelb, het Duitse militaire initiatief in West-Europa, met de gelijktijdige aanval van Duitse troepen op Nederland, België en Luxemburg.

Een paar uur later kreeg minister van Buitenlandse Zaken mr. E.N. van Kleffens bezoek van de Duitse gezant in Den Haag Graf Zech von Burkersroda.

Deze verklaarde dat een grote Duitse troepenmacht Nederland was binnengevallen omdat zijn regering over onweerlegbare bewijzen beschikte dat Engelse en Franse troepen op het punt stonden om België, Nederland en Luxemburg binnen te vallen, met voorkennis van de Nederlandse en Belgische regeringen, met als doel een aanval op het Ruhr-bekken.

Elk verzet was zinloos volgens Zech.

Duitsland was bereid het Nederlands Europees gebied en de gebieden in de andere werelddelen te waarborgen, net als de dynastie, op voorwaarde echter dat elke tegenstand uitbleef.

Zo niet, liep Nederland gevaar zijn grondgebied en politieke bestaan te verliezen.

Een verontwaardigde Van Kleffens wees in een schriftelijk antwoord namens de Nederlandse regering de Duitse aantijging van de hand.

Met blauw potlood schreef hij:

Gezien de ongehoorde Duitse aanval op Nederland, een aanval begaan zonder enige voorafgaande waarschuwing, was de Nederlandse regering van oordeel, dat thans een staat van oorlog was ontstaan tussen het Koninkrijk en Duitsland.

Na het vertrek van de geëmotioneerde Zech, die nog een handdruk kreeg, liet Van Kleffens de boodschap van de Duitse gezant en zijn antwoord aan koningin Wilhelmina overbrengen via Van Tets van Goudriaan, de directeur van het kabinet der koningin, die hem bezocht.

Later die chaotische dag vertrokken Van Kleffens, zijn vrouw Margaret en minister van Koloniën Welter vanaf het strand bij Scheveningen met een lek geschoten watervliegtuigje naar Engeland om bij de Britse regering om militaire hulp te vragen.

Dat Welter meevloog was bepaald tijdens een ingelaste ministerraad bij Economische Zaken vanwege het belang van het contact met Indië en de West.

Twee uur later landde het vliegtuigje bij Brighton, waarna Van Kleffens in de daaropvolgende uren en dagen sprak met zijn Britse collega Halifax, koning George VI en de net aangetreden premier Winston Churchill.

In de avond van zondag 12 mei, Tweede Pinksterdag, arriveerden prinses Juliana, prins Bernhard, de kleine prinsesjes Beatrix en Irene en enkele vertrouwelingen in Londen, na een avontuurlijke tocht in een gepantserde en geblindeerde auto van de Nederlandse Bank en een boottocht vanuit IJmuiden naar Harwich met de Britse torpedobootjager HMS Codrington.

De dag erna weken ook koningin Wilhelmina, in klein gezelschap, via de destroyer HMS Hereward en de nog in Nederland verblijvende ministers aan boord van de destroyer HMS Windsor, uit naar Engeland toen het Nederlandse leger volkomen onder de voet werd gelopen.

Na het bombardement op Rotterdam en de Duitse dreiging ook de grote steden Utrecht, Amsterdam en Den Haag te bombarderen, tekende opperbevelhebber generaal Winkelman op woensdag 15 mei 1940 de Nederlandse capitulatie, met uitzondering van Zeeuws-Vlaanderen en de overzeese gebiedsdelen.

Tijdgenoten reageerden geschokt op het verpletterende nieuws van de overgave na slechts vijf dagen vechten.

Toen bekend werd dat de Oranjes en de ministersploeg naar Engeland waren uitgeweken, terwijl de strijd in het vaderland nog gaande waren, ontstond op dat psychologisch slechte moment jegens hen een verbitterde en verontwaardigde stemming.

Het staatshoofd en het kroonprinselijke paar waren grote lafaards en verraders.

Maar al gauw zou deze vijandige stemming tegen de Oranjes kenteren.

De Nederlandse regering-in-ballingschap zette vanuit Londen de strijd voort en in het bezette vaderland begon het publiek meer oog te krijgen voor de voordelen van het vertrek.

Tijdens de oorlogsjaren groeide koningin Wilhelmina uit tot ‘Moeder des Vaderlands‘ en werd een belangrijk symbool van de strijd tegen de bezetter, die in redevoeringen voor Radio Oranje haar onderdanen regelmatig moed en vertrouwen insprak en elke vorm van samenwerking met ‘de moffen’ verwierp.

Dit artikel vloeit voort uit mijn lopende onderzoek naar oud-minister van Buitenlandse Zaken en Minister van Staat mr. Eelco Nicolaas van Kleffens, dat in de toekomst zal resulteren in de politieke biografie Zoon van Friesland, man van de wereld: mr. E.N. van Kleffens.

Het stuk is gebaseerd op literatuur- en archiefonderzoek in het Van Kleffens-archief in het Nationaal Archief (NA) Den Haag en de particuliere archieven van koningin Wilhelmina, koningin Juliana en prins Bernhard, welke onderdeel uitmaken van de Koninklijke Verzamelingen (KV) en te raadplegen zijn in het Koninklijk Huisarchief bij Paleis Noordeinde in Den Haag.

Per 1 januari 2024 heeft koning Willem-Alexander de openbaarheidstermijn van de particuliere archieven van het Koninklijk Huis verruimd tot 6 september 1948, waardoor de gehele regeerperiode van koningin Wilhelmina sinds 1898 toegankelijk is voor onderzoek.

Ondergetekende heeft in het kader van zijn biografieproject toestemming gekregen voor het raadplegen van genoemde collecties uit de KV.



In het eerste deel van dit stuk worden enkele vooroorlogse aanbiedingen voor een veilig buitenlands verblijf voor de Oranjes en evacuatieplannen besproken.

Het tweede deel behandelt eerdergenoemde verklaring van prinses Juliana van 8 mei 1940.

Er zal worden betoogd dat de prinses nimmer heeft gezegd dat de Oranjes het vaderland nooit verlaten en dat die verklaring moet worden beschouwd als fake news.

Met het toenemen van de internationale spanningen ontving koningin Wilhelmina verschillende aanbiedingen voor veilig verblijf in het buitenland voor de koninklijke familie.

De achterliggende gedachte hierbij was dat de Nederlandse monarchie gecontinueerd kon worden door de troonopvolging veilig te stellen.

Zo bevindt zich in het archief van koningin Wilhelmina een persoonlijke uitnodiging van 12 november 1939 van de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt aan de vorstin waarin eerstgenoemde schreef dat hij in deze kritieke dagen veel aan haar en het Huis van Oranje moest denken.

In geval van een invasie van Nederland zou het voor hem en zijn vrouw Eleanor een groot genoegen zijn om in Washington of het presidentiële buitenverblijf Hyde Park voor prinses Juliana en haar kinderen te zorgen alsof zij leden waren van de Roosevelt-familie.

President Roosevelt verklaarde te willen helpen op elke persoonlijke manier die in zijn macht lag.

Hetzelfde aanbod kreeg ook zijn oude vriend de Belgische koning Leopold III met betrekking tot zijn kinderen in geval van een nieuwe invasie van België.

Minister Van Kleffens regelde daarop een audiëntie voor de Amerikaanse gezant George A. Gordon bij de koningin, waarin Wilhelmina vroeg haar grote dank over te brengen aan de president en zijn vrouw.

Volgens de gezant had het staatshoofd op een bepaald moment zelfs gezegd‘I really cannot find words to express myself’.

En dat uit haar mond!

Op 19 december 1939, toen het erop leek dat de internationale spanningen wat waren geweken, volgde een nieuwe, handgeschreven persoonlijke brief van Roosevelt.

Hierin bood hij aan een kruiser te sturen naar een veilige plek om Wilhelmina’s kleinkinderen en hun moeder Juliana op te pikken om hen naar veilige oorden te brengen hij noemde het Witte Huis of het buitenverblijf aan de rivier de Hudson, waar zijn 85-jarige moeder graag voor ze wilde zorgen.


In de brief sprak de Amerikaanse president verder over zijn Nederlandse wortels, zijn eigen kleinkinderen en de gevaren van moderne oorlogvoering.

Aan het eind sprak Roosevelt de hoop uit Wilhelmina ooit te ontmoeten en hij memoreerde hoe hij als kind ooit Wilhelmina had gezien in een van de Haagse parken.

In haar bedankbrief verklaarde Wilhelmina geraakt te zijn door het aanbod, dat zij en de kinderen zeer waardeerden. Mocht het ergste gebeuren hadden de kinderen al plannen gemaakt om hun kinderen naar een veilige, meer zuidelijke plek te brengen.

Volgens historicus en oud-directeur van het Koninklijk Huisarchief Flip Maarschalkerweerd bood ook prinses Alice, Wilhelmina’s Engelse nicht, die gehuwd was met Alexander Cambridge, de Earl of Athlone en toekomstig gouverneur-generaal van Canada, meerdere keren een veilige plek in die dominion aan.

Een andere optie was uit te wijken naar Frankrijk waar de graaf en gravin (‘tante Alice’) De Kotzebue een toevluchtsoord in de buurt van Parijs boden.

De route naar een zuidelijke, veilige plek keerde terug in een ongedateerd, zeer geheim evacuatieplan dat zich bevindt in het particuliere archief van prins Bernhard. Dit Memorandum evacuatie Koninklijk Huis onderscheidde twee mogelijkheden: een plotselinge oorlogstoestand (overval); en een na grote internationale spanningen tenslotte ingetreden oorlogstoestand.

In beide gevallen moest worden uitgeweken naar een Nederlandse haven, vliegveld of plaats ten zuiden van de grote rivieren, van waaruit Juliana, Bernhard en de prinsesjes naar het buitenland kon worden geëvacueerd. In alle gevallen moest paleis Soestdijk zo spoedig mogelijk worden verlaten.

In het particuliere archief van koningin Juliana bevindt zich een ander ongedateerd evacuatieplan dat, in rood geschreven, uit twee fasen bestond: een eerste fase van Soestdijk naar het zuiden (‘ergens bij Tilburg Breda’); en een tweede fase van het zuiden naar het buitenland. Bij de eerste fase stonden allerlei vragen genoteerd als:

Wanneer?; Bij telegram N? of al vroeger? Wie gaat er?; Alleen kinderen plus zoveel mogelijk aanhang die mee moet? Blijven Juliana en Bernhard nog op Soestdijk? Tot wanneer?

Bij de tweede fase vragen als:

Waar naar toe? West-Indië? Wanneer? Evtl. kinderen direct zonder oponthoud in het zuiden?

De achterzijde vermeldde dat de organisatie van de evacuatie van het Koninklijk Huis onder leiding van de Chef-Generale Staf moest staan, in medewerking met de Chef marine- en luchtmachtstaf en vooral ‘Niet onder leiding Kabinet Min.President.’

Op een ander los velletje staat in groen geschreven bij de eerste fase naar het zuiden de notitie ‘maakt helemaal geen opzien’ en bij fase twee…

…evacuatie naar buitenland niet later dan bij uitbreken oorlog. Kon fase één eventueel al eerder? En bij fase twee waar naar toe in eerste instantie? De West? Met of zonder tussenfase? Evacuatie over land was met militaire escorte onmogelijk, dat kon alleen incognito met eigen auto’s. Alles moest in handen zijn militairen, NIET in handen v. Fock.

Van prinses Juliana’s hand is in haar archief ook een klein lijstje aangetroffen van spulletjes die in ieder geval mee moesten:

…pas(sen); geld enveloppe Handel Mij; blauwe tasch; bijoux (groote, uit kastje, & zilveren doos); eenige kleeren; kinderbagage & speelgoed; reismandje Ireen; leeren portretjes, dagboek enz.; woordenboeken; adresboek; lectuur; sleutels; gasmaskers.

Dit laatste item was in potlood toegevoegd.

In die tijd liep in Londen iedereen met een gasmasker rond, zelfs kleine kinderen, uit vrees voor Duitse aanvallen met gifgassen tegen de bevolking.

De ‘respirator’ was een onontkoombaar onderdeel van het dagelijks leven in Groot-Brittannië tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Alle plannenmakerij ten spijt was het na de Duitse inval door de gevechtshandelingen niet goed mogelijk weg te komen richting het zuiden want vluchtroutes waren afgesneden.

Van Nederlandse vliegvelden was het nauwelijks mogelijk op te stijgen en de vliegtuigen die er waren, namen al deel aan de strijd.

De Duitsers wierpen ook mijnen af in de havens.

Treinen naar België reden niet meer en op de Nederlandse en Belgische wegen was de kans groot op opstoppingen door het militaire verkeer.

Op dat chaotische moment, onder grote tijdsdruk, terwijl er allerlei gevechtshandelingen plaatsvonden, ontstond bij minister Van Kleffens het denkbeeld om vanaf het strand van Scheveningen, dat een paar kilometer van het departement van Buitenlandse Zaken lag, met een watervliegtuig naar Engeland te vertrekken.

Uiteraard waren er in de vooroorlogse neutraliteitsjaren contacten geweest met de Britse en Franse militaire autoriteiten om de mogelijkheden te verkennen voor het geval dat nazi-Duitsland zou aanvallen.

Dit was volgens Van Kleffens in wezen geen inbreuk op de Nederlandse neutraliteit, aangezien het betrekking had op een fictieve situatie, waarin die neutraliteit door een Duitse aanval al zou zijn geschonden en niet meer zou bestaan.

In dat licht is er ook gesproken met het Britse Foreign Office en vandaar dat de komst van de Codrington, de Hereward en de Windsor geen verrassingen waren.

Goede politiek – staatsmansinzicht zo men wil vereiste dat rekening werd gehouden met de eventualiteit van een Duitse overval, zonder met zekerheid te durven zeggen dàt die aanval zou komen, noch wanneer. Daarnaar had Van Kleffens gehandeld in de neutraliteitsperiode, toen nazi-Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden nog bevriende mogendheden waren.

Plannen maken, al was het maar in grote lijnen, hoorde daarbij.

Dat deden niet alleen het ministerie van Buitenlandse Zaken maar ook andere departementen en elke generale staf van leger, marine, of luchtmacht, in elk land.

Dat gebeurt in alle landen nog steeds en ook binnen de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), die in 2024 vijfenzeventig jaar bestaat.


Het bekende verhaal uit Wilhelmina’s memoiresEenzaam maar niet alleen, dat zij naar Hoek van Holland afreisde en daar een Engelse jager aantrof, ‘die voor vertrek gereed lag’, wekt de indruk dat er toeval in het spel was. Maar dat is op grond van Britse documenten niet aannemelijk.

Verschillende auteurs hebben de afgelopen jaren deze voorstelling afgewezen.

Wilhelmina-biograaf Fasseur bestempelde het vertrek van de koningin achteraf als het enig juiste besluit in de uitzonderlijke oorlogsomstandigheden.

De Grondwet, die in artikel 21 zetelverplaatsing naar het buitenland ‘in geen geval’ toestond, gold voor vredes- en niet voor oorlogstijd.

Fasseur wees op het lot van koning Leopold III die in België bij zijn verslagen leger achterbleef, een toeschietelijke, collaborerende houding tegenover de bezetter aannam en later in Duitse krijgsgevangenschap geraakte.

Leopold werd na de oorlog de paria van de Europese vorstenhuizen en zijn land werd door de ‘Koningskwestie’ tot op het bot toe verdeeld, die bijna tot een burgeroorlog leidde.

Toen Wilhelmina op 13 mei op het station in Londen aankwam, wachtten de Britse koning George VI en (toenmalige) koningin Elizabeth haar op.

Van Kleffens was daar ook en kreeg na de vorstelijke ontvangst van Wilhelmina te horen: ‘Ik verwacht u straks op het paleis’.

Op Buckingham Palace, waar de koningin haar intrek nam, stelde Van Kleffens toen een koninklijke proclamatie op waarin duidelijk werd gemaakt waarom de regering was gevlucht en dat de strijd doorging.

De toonzetting van het document was ferm, de landgenoten werd moed ingesproken en er werd verwezen naar eerdere rampen uit het verleden, waarna het vaderland óók was herrezen.

De proclamatie eindigde met de woorden:

Dispereert niet. Doet allen wat U mogelijk is in ’s Lands welbegrepen belang. Wij doen het Onze. Leve het Vaderland.

De verklaring was Van Kleffens’ idee en Wilhelmina heeft hem daarvoor na de oorlog in haar gesprekken met De Jong alle credits gegeven.

Margaret van Kleffens bezocht die dag voor een half uur Juliana die bij oud-gezant De Marees van Swinderen logeerde.

Zij overhandigde de prinses een bos oranje rozen met dito lint en vond haar gezien de omstandigheden ‘verbazingwekkend kalm’.

De daaropvolgende dagen en weken voerde Van Kleffens allerlei gesprekken met de Oranjes over het veiligstellen van de Nederlandse monarchie.

Tegen de achtergrond van de enorm snelle opmars van het geoliede nazi-leger in West-Europa, de Blitzkrieg, moest rekening worden gehouden met een Duitse aanval op Groot-Brittannië, een eventuele Britse nederlaag en zelfs het wegvallen van koningin Wilhelmina.

Verschillende scenario’s over blijven, dan wel verplaatsen naar een andere geallieerde bondgenoot, Indië of de West zijn in die onzekere tijd besproken.

Uiteindelijk werd afgesproken dat als het slecht zou gaan met de oorlog, men in Engeland moest blijven en pas op het laatste moment, eventueel met de Engelse regering, zou uitwijken naar een ander geallieerd land.

Maar in ieder geval moesten Juliana en de prinsesjes ver weg, op een veilige afstand, worden gebracht.

De keuze viel op Canada, het geallieerde Britse dominion, waar Juliana eventueel de koninklijke macht zou kunnen uitoefenen mocht er iets gebeuren met haar moeder, zo liet Van Kleffens de Amerikaanse Secretary of State Cordell Hull telefonisch op 28 mei 1940 weten.

Op dat kritieke moment werden meer dan 300.000 omsingelde Britse en Franse troepen op wonderbaarlijke wijze met allerlei schepen en boten geëvacueerd uit Duinkerken.

Wij zullen nooit onze post verlaten’

In De Telegraaf, die in de beeldvorming over de Tweede Wereldoorlog hét symbool is geworden van de foute krant die heulde met de bezetter en die na de oorlog als gevolg van de perszuivering een dertig jaar lang verschijningsverbod kreeg (het zouden er uiteindelijk vier worden), verscheen op 8 mei 1940 het volgende opvallende bericht:

Het Huis van Oranje verlaat zijn post nooit

AMERIKAANSCH AANBOD AFGEWEZEN

Een aanbod van den in Nederland geboren schrijver Hendrik van Loon om zijn huis op Long Island als toevluchtsoord ter beschikking te stellen van het Nederlandse koningshuis, in geval Nederland zou worden binnengevallen, is op hoffelijke, maar besliste wijze afgewezen.

De heer Van Loon heeft, zoo meldt de Daily Telegraph uit de Amerikaanse stad Greenwich, in antwoord op zijn telegram, een schrijven van prinses Juliana ontvangen, waarin zij namens Haar Moeder en prins Bernhard zegt, dat de schrijver als een geboren Nederlander en een student in de Nederlandse geschiedenis behoorde te weten, dat vijf eeuwen lang het Huis van Oranje voor geen enkel gevaar op de vlucht is geslagen.

“Onze plaats is hier in Nederland,” zoo voegde de prinses er aan toe “of er gevaar dreigt of niet.

Wij zullen nooit onzen post verlaten.”

Een kleine speurtocht met de bekende zoekmachine Delpher laat zien dat kranten als De Volkskrant, het Nieuwsblad van Friesland, de Winschoter Courant, De Courant/Het Nieuws van den Dag, het Dagblad van Noord-Brabant en allerlei kleinere bladen op 9 en 10 mei 1940 het opvallende bericht overnamen.

Toen bij het publiek bekend werd dat de Oranjes waren vertrokken, hetgeen zoals gezegd veel kwaad bloed zette, werd ook vaak gerefereerd aan het Telegraaf-bericht. Het Nationale Dagblad, de krant van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB), deed het op 6 mei 1941 nog eens dunnetjes over toen in Berlijn bekend werd dat er ‘bewijs’ voor het vertrek van de koninklijke familie was gevonden.


HetTelegraaf-bericht is de Oranjes altijd blijven achtervolgen, tot op de dag van vandaag.

Uiteraard haalt ook de veel over het Oranjehuis publicerende historicus Gerard Aalders hetTelegraaf-artikel in zijn Wilhelmina-biografie uit 2018 aan.

Volgens hem gaf Juliana hierin blijk van ‘pijnlijke onbekendheid’ met haar familiegeschiedenis.

Na te hebben gewezen op de vlucht vanWillem de Zwijgervoor deHertog van Alvain 1567 en die vanstadhouder Willem V en zijn familie naar Engeland in 1795, kwam hij uit bij koningin Wilhelmina, over wie de ‘republikein van het jaar 2018’ smalend opmerkte dat zij het ‘traditionele vluchtgedrag van de Oranjes’ had voortgezet.

Een minder activistisch historicus als Maarschalkerweerd voerde recent nog het Telegraaf-bericht op en vroeg zich serieus af of Juliana’s docenten vaderlandse geschiedenis haar soms de vlucht van de stadhouderlijke familie voor het Franse leger in 1795 hadden onthouden?

Hij vond Juliana’s woorden misschien wel begrijpelijk om in die dreigende situatie de bevolking een hart onder de riem te steken, maar niet verstandig.

Toch leek de oud-directeur van het Koninklijk Huisarchief niet helemaal zeker van zijn zaak te zijn, want koningin Wilhelmina had volgens hem in augustus 1940 tegen de Luxemburgse groothertogin Charlotte gezegd dat het een verzinsel was, uitgedacht door de Duitse propaganda. Wilhelmina-biograaf Fasseur nam prinses Juliana in bescherming en verzuchtte ‘Wat had ze anders moeten zeggen?’

Maar wat als Juliana nooit heeft gezegd dat een Oranje niet vlucht?

In het Nationaal Archief in Den Haag bevindt zich in het Van Kleffens-archief, dat inmiddels volledig openbaar is, een dik dossier waaruit Van Kleffens grote bemoeienis met Loe de Jongs geschiedschrijving Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog blijkt.

Vanaf het begin is Van Kleffens bij dit grote project, dat de beeldvorming van het Nederlandse volk over de bezettingsjaren zou domineren, betrokken geweest: in eerste instantie als vraagbaak en later als meelezer van conceptteksten en -hoofdstukken van de dertiendelige reeks met zevenentwintig banden.

De correspondentie maakt duidelijk dat De Jong altijd veel waarde hechtte aan Van Kleffens’ kritische opmerkingen, mededelingen, suggesties en correcties. De toenmalige directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (tegenwoordig NIOD Instituut voor Oorlogs-,Holocaust- en Genocidestudies) was onder de indruk van de mondaine Minister van Staat, zeker toen Van Kleffens op een bepaald moment nog de enig resterende oud-minister uit de Londense oorlogskabinetten was. Als Van Kleffens-biograaf vind ik het knap dat hij zo scherp en snel inzag dat De Jongs geschiedschrijving bij het publiek het beeld van Nederland in de oorlogsjaren zou vestigen.

In mijn toekomstige biografie van Van Kleffens zal ik vooral stilstaan bij zijn invloed op deel 9 dat handelt over de Londense ballingschap.

Op 9 mei 1969 legde De Jong de kwestie van het Telegraaf-artikel van 8 mei 1940 aan Van Kleffens voor.

De Jong schreef dat bij hem de vraag was gerezen of (inmiddels) koningin Juliana destijds in die geest een telegram aan Van Loon had geschreven en dat hij die vraag kortgeleden aan haar had voorgelegd.

Juliana liet daarop een onderzoek verrichten in het archief van het kabinet der koningin en in het Koninklijk Huisarchief, die beide niets opleverden.

De vorstin had De Jong laten weten dat zij…

…het uitgesloten achtte dat zij de aangehaalde woorden gebruikt heeft: zij vond ze veel te theatraal. Het was haar bekend dat zij, als de Duitsers zouden aanvallen, met haar kinderen zou uitwijken: reden te meer om niet in de aangehaalde bewoordingen aan Van Loon te schrijven. De koningin achtte het wel mogelijk dat zij op een telegram van Van Loon geantwoord heeft, maar dat zou zij dan veel gereserveerder hebben gedaan.

De Jong vroeg aan Van Kleffens wat hij ervan wist.

Was het mogelijk dat Van Loon, dan wel de verslaggever van deDaily Telegraph het antwoord had aangedikt? Mocht het eerste kloppen, had de koninklijke familie volgens hem reden tot ernstige ontstemming. Daartegenover stond dat Van Loon in de oorlogsjaren nogal wat brieven aan de koningin had gestuurd.

De Jong eindigde zijn brief met de opmerking dat hij ook in deVerenigde Statenonderzoek liet doen.

Nadat ondergetekende eerder op het NA over deze kwestie niets had aangetroffen in het kabinet van de koningin, dat volledig openbaar is voor de oorlogsjaren, heb ik kortgeleden in de KV in het archief van koningin Juliana het Van Loon-dossier kunnen bekijken en de speurtocht nog eens mogen herhalen.

De historicus, journalist, auteur, tekenaar en boekillustrator Hendrik Willem van Loon stond bij leven bekend als Amerika’s beroemdste Nederlander.

Het is een prachtig dossier met een uitvoerige correspondentie vanuit Old Greenwich, Connecticut, met allerlei karikaturen, tekeningen, initiatieven voor radio-uitzendingen over het vaderland in de VS, plannen voor het drukken van Nederlandse kerstmiskaarten, aankondigingen van boeken over de Nederlandse geschiedenis, berichten over de Roosevelts wier huisvriend Van Loon was, etc.

Het dossier maakt duidelijk hoezeer Van Loon zich tot aan zijn overlijden in 1944 inzette voor de Nederlandse zaak in de Verenigde Staten.

Prinses Juliana genoot menig uurtje van de kunst die troost bracht en ook de prinsesjes vonden de tekeningen prachtig.

Maar het dossier bevat geen enkele verwijzing naar een aanbod voor een toevluchtsoord op Long Island of een afwijzing daarvan door de prinses zoals het Telegraaf-artikel van 8 mei 1940 suggereerde.

Overigens deed Van Loon wel een aanbod voor een kist met appels die hij naar Ottawa stuurde, want hij beschikte over een appelboomgaard in Vermont en hij vond het belangrijk dat de kinderen en de prinses appels aten.

Het onderzoek dat koningin Juliana in het Koninklijk Huisarchief liet uitvoeren, waarover De Jong in zijn brief sprak, heb ik (uiteraard) niet kunnen nagaan omdat de particuliere archieven van Wilhelmina, Juliana en Bernhard van na 6 september 1948, welke onderdeel uitmaken van de KV, nog niet openbaar zijn.

Terug naar de correspondentie Van Kleffens-De Jong.

Drieënhalve maand later kwam De Jong met een update.

Hij had inmiddels contact gehad met Van Loons zoon in de Verenigde Staten, die het archief van zijn vader beheerde.

Deze had verteld dat er geen brief- of telegramwisseling uit april of begin mei 1940 aanwezig was. Van Loon had op 3 september 1939 het bedoelde asiel aangeboden in een telegram aan…Hendrikus Colijn.

De oud-premier, wiens vijfde kabinet de maand ervoor was gevallen, had op 6 september 1939 dat aanbod afgeslagen in een brief, vermoedelijk zonder de koninklijke familie te raadplegen.

Volgens De Jong had Van Loon het asielaanbod herhaald in een telegram aan Juliana te Londen op 13 mei 1940, waarin hij spreekt van ‘repeating former offer’.

Dat ‘offer’ stond in enkelvoud en niet in meervoud, merkte De Jong fijntjes op.

Volgens hem was het volgende gebeurd:

Van Loon heeft in een gesprek met een journalist verteld van zijn aanbod van september 1939 en daar als zijn eigen vermoeden bij uitgesproken dat het Huis van Oranje Nederland nooit zou verlaten; de journalist, die wellicht slecht geluisterd heeft, heeft de zaak nog wat opgewerkt tot het bericht, dat in ‘The Daily Telegraph’ en vervolgens in ‘De Telegraaf’ verschenen is.

In deel 3 van het Koninkrijk der Nederland over de meidagen van 1940, dat in 1970 verscheen, keerde deze voorstelling grotendeels terug de eerdere woorden en het oordeel van koningin Juliana ontbraken met de toevoeging…

…dat in de weergave van het gesprek van de correspondent van het Londense blad met de exuberante van Loon het aanbod van 3 september 1939 en enkele algemene beschouwingen, door van Loon ten beste gegeven, opgesierd zijn tot wat men ‘een fijn verhaal’ vindt.

Het bericht dat prinses Juliana aan de vooravond van de oorlog een Amerikaans aanbod voor onderdak had afgewezen met de woorden dat het Huis van Oranje zijn post nooit verlaat, dat in De Telegraaf verscheen, een pro-Duitse krant die in de oorlogsjaren volledig onderuit zou gaan, is dus een voorbeeld van desinformatie verhuld als schijnbaar nieuws.

Het bericht dat de Oranjes tot op de dag van vandaag achtervolgt, is nepnieuws.

Fake news is van alle tijden en zeker ook van 8 mei 1940.



Op woensdag 7 mei 2025 was het tachtig jaar geleden dat Zierikzee werd bevrijd.

De bevrijding vond plaats nadat Engelse commando’s van het 47 Royal Marine Commando waren geland bij Borrendamme.

Hun tocht door Zierikzee met voorop een soldaat met een witte vlag is nagespeeld.

De centrale plaats van de herdenking was het Namenmonument dat is bevestigd aan de Nieuwe Kerk.

 

 
 
 

Opmerkingen


Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square
bottom of page