Anno Domini
- 2 jan 2020
- 5 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 17 feb 2022
Allereerst De beste wensen voor 2020 .

De christelijke jaartelling, ook Anno Domini- of AD-jaartelling genoemd, is de jaartelling die door de Scytische monnik Dionysius Exiguus werd ingevoerd als hulpmiddel bij het opstellen van zijn paastabel en die hij, overigens op dat moment zonder succes, in of kort na het jaar 525 presenteerde aan officiële vertegenwoordigers van paus Johannes I.
De christelijke jaartelling is in veel landen, in het bijzonder in de westerse wereld, de gebruikelijke jaartelling.
Anno Domini is Latijn voor in het jaar des Heren.
Het begin van de christelijke jaartelling is het jaar 1.
Jaren eerder dan het jaar 1 worden aangegeven met v.C. of v.Chr. (voor Christus); in Engelstalige landen is dit B.C. (before Christ).
Het jaar voorafgaand aan het jaar 1 is het jaar 1 v.Chr., er is geen jaar 0.
Ter onderscheiding van andere getallen, een andere jaartelling of jaren voor Christus schrijft men bij jaren na Christus na het jaartal wel n.C. of n.Chr.
Ook de afkorting AD (voor Anno Domini) wordt wel gebruikt.
Deze wordt vaak vóór het jaartal geplaatst.
Door niet-christenen wordt nog weleens de afkorting v.d.j. of v.o.j. gebruikt, wat voor de jaartelling of voor onze jaartelling betekent, of v.o.t. dat voor onze tijd(rekening) betekent.
In het Engels wordt in die context meestal "BCE" (Before the Common Era) gebruikt.
De christelijke jaartelling was door Dionysius Exiguus bedoeld te beginnen met het jaar van de geboorte van Jezus.
Hij had zijn tabel namelijk gebaseerd op de indicties van Diocletianus, maar schreef naar de bisschop Petronius: "Wij hebben niet gewild onze cycli met de herinnering van een goddeloze en vervolger (d.i. Diocletianus) te verbinden, maar wij hebben eerder gekozen vanaf de incarnatie van onze Heer Jezus Christus (ab incarnatione Domini nostri Jesu Christi) de jaarperiodes te markeren, aangezien hieruit het begin van onze notie van onze hoop zou blijken, en de reden van het herstel van de mensheid, dit is, het lijden van onze Verlosser, duidelijk aan het licht zou komen."
De precieze dag en maand of zelfs het jaar van Jezus' geboorte kan niet definitief bepaald worden.
Door onjuiste berekeningen, gebaseerd op de Romeinse kalender van Dionysius Exiguus, werd steeds aangenomen dat Jezus in het jaar 1 was geboren.
In de evangeliën worden echter gebeurtenissen vermeld die chronologisch niet lijken te kloppen.
Matteüs stelt dat Jezus werd geboren toen Herodes nog leefde en de dood beval van alle kinderen onder de twee jaar (Matt. 2:16).
Herodes stierf echter in 4 v.Chr.
Veel historici hebben geconcludeerd dat het jaar 6 v.Chr. het meest waarschijnlijke jaar van Jezus' geboorte is.
Onderscheid dient te worden gemaakt tussen de twee complementaire begrippen jaartelling en kalender.
Gedurende al de tijd dat de christelijke jaartelling al in gebruik is (dus van de achtste eeuw tot op de huidige dag), is de bijbehorende (Romeinse) kalender, sinds het Eerste Concilie van Nicea (in het jaar 325) de officiële kalender van de kerk, slechts eenmaal veranderd, namelijk in het jaar 1582.
De Romeinse kalender heeft sinds de stichting van Rome in de achtste eeuw voor Chr. in vele achtereenvolgende gedaanten tot op de huidige dag bestaan.
De voorlaatste gedaante van de Romeinse kalender was de juliaanse kalender (van -46 tot 1582), de laatste de gregoriaanse kalender (sinds het jaar 1582).
De christelijke kalender, dat wil zeggen de bij de christelijke jaartelling behorende kalender, was dus van 525 tot 1582 identiek aan de Juliaanse kalender en daarna aan de Gregoriaanse.
Een andere jaartelling, die nog niet bestond in de Romeinse oudheid, is de jaartelling ab urbe condita (ook wel Anno Urbis Conditae, afgekort AUC).
Deze jaartelling werd pas omstreeks het jaar 400 (na Chr.) voor het eerst systematisch gebruikt door de Iberische historicus Orosius.
Hoewel Dionysius Exiguus deze jaartelling waarschijnlijk wel kende (maar niet gebruikte), schijnt paus Bonifatius IV (omstreeks het jaar 600) de eerste te zijn geweest die het verband tussen deze jaartelling en de christelijke jaartelling (AD 1 = AUC 754) onderkende.
De daadwerkelijke ingebruikname van de christelijke jaartelling als een volwaardig systeem voor het dateren van historische gebeurtenissen geschiedde pas in de achtste eeuw door toedoen van de befaamde Engelse chronoloog (= beoefenaar van de chronologie) en historicus Beda Venerabilis.
Het was pas in de tiende eeuw dat de christelijke jaartelling voor het eerst werd gebruikt voor het dateren van een pauselijk document (namelijk AD 967) en pas in de tweede helft van de elfde eeuw nam de kerk van Rome de christelijke jaartelling definitief in gebruik.
De grote historische betekenis van de Scytische monnik en tijdrekenaar Dionysius Exiguus, die, afkomstig uit een landstreek in of nabij het deltagebied van de Donau, zich omstreeks het jaar 500 in Rome vestigde, is tweeërlei:
hij introduceerde de christelijke jaartelling (ook Anno Domini jaartelling genoemd) door haar in zijn paastabel te gebruiken;
uit deze zeer nauwkeurige paastabel kon twee eeuwen later Beda Venerabilis' Paascyclus voortkomen, door middel waarvan uiteindelijk alle toekomstige juliaanse kalenderdata van Paaszondag definitief werden vastgelegd.
Reeds volgens Dionysius Exiguus' Paastabel viel Paaszondag op zijn vroegst op 22 maart en uiterlijk op 25 april (zie kolom G van Dionysius' tabel).
Dionysius’ paastabel is een voortzetting van de aan de Juliaanse kalender aangepaste Alexandrijnse paastabel die toegeschreven werd aan patriarch Kyrillos van Alexandrië.
In Dionysius’ paastabel zijn de kalenderjaren (zie kolom A van Dionysius' tabel - zie externe link) genummerd niet volgens de jaartelling van keizer Diocletianus, zoals in de aan Kyrillos toegeschreven paastabel nog wel het geval was, maar volgens zijn nieuwe Anno Domini jaartelling, die bedoeld was te zijn begonnen met Jezus’ incarnatie.
Dionysius Exiguus presenteerde zijn paastabel (die betrekking heeft op de jaren 532 tot en met 626) in of kort voor het jaar 526 aan officiële vertegenwoordigers van paus Johannes I, helaas zonder onmiddellijk succes.
Gedurende de ruim een eeuw die daarop volgde bleef de controverse omtrent de juiste data van Paaszondag die al sinds het eerste concilie van Nicaea bestond tussen de kerk van Alexandrië en de kerk van Rome voortbestaan. In het jaar 616 werd Dionysius Exiguus' Paastabel door een anonymus uitgebreid tot een paastabel betrekking hebbend op de jaren 532 tot en met 721; het is deze tabel die door de kerk van Rome werd aanvaard (omstreeks het jaar 650) en door Beda Venerabilis werd gebruikt (omstreeks het jaar 720) om zijn paascyclus te construeren.
De christelijke jaartelling werd als een coherent systeem voor het dateren van historische gebeurtenissen door Beda Venerabilis in gebruik genomen in het jaar 731, maar werd door de kerk van Rome pas omstreeks de eerste millenniumwisseling voor het eerst gebruikt en pas in de tweede helft van de elfde eeuw definitief in gebruik genomen.
In het Europa van de vroege middeleeuwen kende niemand het cijfer of het getal nul. Dionysius Exiguus gebruikte in de derde kolom van zijn paastabel wel het Latijnse woord ‘nulla’ (dat 'geen' betekent).
Er is echter niets waaruit we zouden kunnen afleiden dat zijn 'nulla' een echte 'nul' was (hij gebruikte het in elk geval niet in zijn berekeningen).
Men moest in het middeleeuwse Europa tot in het tweede millennium wachten eer men de beschikking kreeg over het getal nul.



























Opmerkingen