top of page
Zoeken

Noord-Brabant

  • 23 nov 2019
  • 3 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 17 feb 2022

De provincie Noord-Brabant ligt in het zuiden van Nederland en tegen de Belgische grens.

De naam Brabant is een afgeleide van Braecbant.

Dit is een samenvoeging van braec, dat broek of drassig land betekent, en bant, dat streek betekent.

Tot aan 1648 was een groot deel van het gebied dat nu de provincie Noord-Brabant vormt deel van het hertogdom Brabant.

Het andere deel van het voormalige Brabant ligt tegenwoordig in België en vormt ruwweg de provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en Waals-Brabant en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Brabant was oorspronkelijk de naam van een Karolingisch gouwgraafschap (pagus Bracbatensis) dat zich uitstrekte tussen de Schelde en de Dijle.

Rond het jaar 1000 palmde Boudewijn IV van Vlaanderen het westen van dit landgraafschap in en voegde het bij Rijks-Vlaanderen.

Vanaf de 13e eeuw is het de naam van een hertogdom in het westen van het Heilige Roomse Rijk.

Het hertogdom Brabant heeft institutioneel nochtans een volkomen legitieme oorsprong.

De Brabantse natie was naar territoriale omvang vrijwel voltooid met het toekennen van de hertogtitel van Neder-Lotharingen aan Godfried I (ook bekend als Godfried met den baard) door de Duitse keizer in 1106 (zie ook: hertogen van Brabant). Institutioneel volgt de bevestiging pas in 1183/1184, met de verheffing van het landgraafschap Brabant (tussen Dender en Zenne) tot hertogdom ten gunste van Hendrik I van Brabant. In 1190, enkele dagen na de dood van Godfried III van Leuven werd tijdens een landdag in de abdij Comburg (Schwäbisch Hall) het hertogschap van Neder-Lotharingen gezagsloos verklaard, maar behielden de graven van Leuven het recht om het hertogelijke gezag uit te oefenen binnen de door hun gecontroleerde graafschappen en voogdijgebieden.

Verdere uitbreidingen gingen vooral naar het oosten.

In 1288 verslaat Jan I van Brabant in de Slag bij Woeringen de Keulse aartsbisschop en wint het hertogdom Limburg (niet te verwarren met de huidige Belgische en Nederlandse provincies), er ontstaat een band tussen de twee hertogdommen die 5 eeuwen zal duren. In 1430 komt Brabant bij het huis van Bourgondië, waarvan hertog Filips de Goede op dat ogenblik bezig is een rijk uit te bouwen dat in de 16e eeuw de Zeventien Provinciën zal gaan heten.

Na de val van Napoleon in 1815 werd op het Congres van Wenen bepaald dat onder andere de Oostenrijkse Nederlanden en de voormalige Bataafse Republiek samengevoegd zouden worden tot het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.

Heel het gebied van het oude hertogdom Brabant werd nu weer in één staat verenigd en verdeeld in drie provinciën: Noord-Brabant, Antwerpen en Zuid-Brabant (met Brussel en Leuven).

Noord-Brabant werd bij die gelegenheid uitgebreid met enkele stukken van Holland (de gebieden ten zuiden van het Hollandsch Diep en de Merwede) en de voormalige heerlijkheden Megen, Boxmeer, Gemert en Ravenstein.

Tijdens de Belgische Opstand in 1830 bestond er onder de bevolking van het voor 90% katholieke Noord-Brabant wel enige sympathie voor de Belgische zaak, maar die bleef binnen de perken en de uitingen daarvan konden door de Nederlandse autoriteiten zonder veel moeite worden onderdrukt.

Vanaf het einde van de 19e eeuw werd de provincie meer en meer geïndustrialiseerd.

Textiel werd geproduceerd in Tilburg en Helmond, terwijl Eindhoven uitgroeide tot de vijfde stad van Nederland dankzij Philips en DAF. Voormalige kleine plaatsen groeiden zo snel uit tot nieuwe industriesteden. Breda en 's-Hertogenbosch stonden bekend als historische centra en als oude garnizoenssteden van Brabant, getuige de vele kazernes die de beide gemeentes herbergen.

Daarnaast is ook Bergen op Zoom een oude garnizoensstad met een monumentale historische kern.

Vanaf ongeveer 1900 en vooral na de Eerste Wereldoorlog verzuilde Noord-Brabant sterk (evenals de rest van Nederland).

Bijna het gehele openbare leven zoals scholing, gezondheidszorg en vrijetijdsbesteding werd door de kerk aangestuurde verenigingen, vakbonden, etc. beheerst. Iedere katholieke Brabander werd geacht hieraan deel te nemen en de sociale controle hierop was groot.

Dit wordt ook wel het tijdsbestek van het Rijke Roomse Leven genoemd.

Na het Tweede Vaticaans Concilie en tijdens de roerige jaren 60 brokkelde de verzuiling snel af. Heden is nog ongeveer de helft van de Brabanders katholiek.

Het kerkbezoek onder de Brabantse bevolking is in snel tempo verminderd.

Zo zijn in het bisdom 's-Hertogenbosch, dat het oostelijke gedeelte van Noord-Brabant bestrijkt, 1.178.000 katholieken (57,5 procent van de bevolking).

Ieder weekend bezoeken gemiddeld 87.190 inwoners van dit gebied de H. Mis in een RK kerk, wat slechts 4,3 procent van de totale bevolking is.

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square
bottom of page