Judith Leyster
Judith Leyster (Haarlem, juli 1609 - Heemstede, begraven 10 februari 1660) was een Nederlandse schilderes uit de 17e eeuw die zich vooral in genrestukken specialiseerde. Als een van de weinige vrouwelijke schilders in de Nederlanden tijdens de Gouden Eeuw was zij ook het enige vrouwelijke lid van het Haarlemse schildersgilde.
Judith Leyster specialiseerde zich in genreschilderkunst.
Judith Leyster werd op 28 juli 1609 gedoopt in de Grote Kerk in Haarlem.
Zij was het achtste kind van Jan Willemsz en zijn vrouw Trein Jaspersdr in een rij van negen. Haar vader was eigenaar van een brouwerij, de Leystar.
In 1628 verhuisde ze met haar familie naar Vreeland in de provincie Utrecht, waar zij mogelijk in contact kwam met de Utrechtse caravaggisten Hendrick Terbrugghen en Gerrit van Honthorst.
In september 1629 gingen Judiths ouders naar Zaandam.
Onbekend is of Judith met hen meeging of dat ze terugkeerde naar Haarlem, waar zij later zelfstandig als kunstschilder ging werken.
In ieder geval was ze in 1631 getuige bij de doop van een van de kinderen van Frans Hals.
Gezien haar schildertechniek is zij waarschijnlijk ook een leerlinge geweest van Frans Hals, maar waarschijnlijk ook van Frans de Grebber.
Haar eerste gesigneerde werk dateert uit 1631.
Kenmerkend is het monogram waarmee ze in ieder geval tot vooraf aan haar huwelijk signeerde; een toegevoegde ster vormde een woordspeling op haar familienaam: Leyster. In 1633 werd Judith toegelaten tot het Sint-Lucasgilde.
Ze is daarmee een van de slechts twee vrouwen die in hele zeventiende eeuw tot het Haarlemse kunstenaarsgilde werden toegelaten.
Ze trouwde op 1 juni 1636 in Heemstede met de kunstschilder Jan Miense Molenaer en kreeg vijf kinderen: Johannes (1637), Jacobus (1639), Helena (1643), Eva (1646) en Constantijn (1650).
De zorg voor haar gezin vormde waarschijnlijk een belemmering voor haar schilderscarrière, aangezien er nauwelijks werk van haar bekend is van na 1636, hoewel Leyster als een betere schilder wordt gezien dan haar echtgenoot.
In elk geval schilderde ze waarschijnlijk niet meer onder eigen naam.
Er wordt gedacht dat ze schilderde in het atelier van haar man.
In 2009 werd een bloemstilleven van haar herontdekt.
Het was ondertekend met 'Judith.molenears 1654'.
Verondersteld wordt dat dit hetzelfde schilderij is dat voorkomt in een inventarislijst die vlak na haar overlijden werd opgemaakt.
Daarin komt het werk blompotje van Juffr. Molenaer voor.
In 2016 werd in een Brits landhuis een zelfportret opnieuw herkend als een van haar werken. Dat was eerder al gebeurd in 1957. Het dateert uit circa. 1653.
In het najaar van 1659 werd Leyster, net als haar man, erg ziek.
Ze overleed enkele maanden later en werd op 10 februari 1660 in Heemstede begraven.
Haar man bleef achter met de twee nog levende kinderen en overleed acht jaar later.
Judith Leyster maakte portretten, stillevens en vooral genrestukken (scènes uit het dagelijks leven).
Voor zover bekend is zij de enige vrouw in de 17-de eeuw die zich waagde aan deze figuurstukken.
In die tijd werd dat als bijzonder lastig gevonden.
Zij was daarin vernieuwend.
Ook in haar portretten experimenteerde ze met licht-donker effecten, waardoor de gezichts uitdrukkingen expressiever werden.
Haar schilderijen kenmerken zich door een losse penseelvoering, hetgeen destijds niet gebruikelijk was.
Qua compositie richtte ze zich op het hoofdonderwerp en besteedde geen aandacht aan 'bijzaken'.
Portretten krijgen daardoor iets monumentaals.
Na haar huwelijk richtte ze zich op natuurstudies en stillevens.
Ze bleef vasthouden aan haar 'losse' schilderstijl.
Het werk van Judith Leyster valt onder de Barok.