top of page

Hekserij

De heksenvervolging heeft tussen circa 1450 en 1750 grote delen van Europa in haar greep gehad en vele tienduizenden slachtoffers geëist.



De meeste schattingen lopen uiteen van 30.000 tot 60.000 geëxecuteerden waarvan ongeveer 80% vrouwen.

De meeste van die vrouwen waren ouder (meestal rond de 60), zeer arm, alleenstaand en machteloos.

De heksenvervolging vond niet, zoals veel mensen denken, grotendeels in de Middeleeuwen plaats, maar voornamelijk in de Renaissance.

Hekserij werd in eerste instantie gezien als het op bovennatuurlijke wijze aandoen van kwaad aan anderen.

Rond 1375 werd daar door de hogere klasse aan toegevoegd dat de heksen een pact met de duivel gesloten zouden hebben.

De meeste heksen bekenden alle beschuldigingen omdat ze gemarteld werden.

Velen stierven al tijdens de marteling.

Als ze zich na de bekentenis ook nog bekeerden, werden ze gewurgd voordat ze verbrand werden en zouden ze nog in de hemel kunnen komen.

Tot halfweg de 16e eeuw bleven de straffen meestal beperkt tot geldboetes, eventueel gevolgd door een verbanning.

Pas later werden de bloederige vervolgingen gebruikelijk.

Na 1590 werden de heksen er door de hogere klasse ook nog van beschuldigd vrijwillig geslachtsgemeenschap met de duivel te hebben gehad tijdens de heksen sabbatten. Daarbij werden de heksen gedwongen om de namen van andere deelnemers aan die sabbatten te noemen.

Daardoor ontstonden er op grote schaal procesreeksen en massaprocessen.

Ook kinderen, mannen, geestelijken en hoogwaardigheidsbekleders kwamen daarbij op de brandstapel.

Rond 1660 kwam het tot een grote mentaliteitsverandering bij de elite.

Men werd sceptisch en verwierp het concept van onstoffelijke wezens.

Hierdoor liet de elite zijn ideeën over duivelspact en heksensabbat varen.

Rechters begonnen heksenprocessen tegen te werken en de wetgeving werd zodanig aangepast dat heksenprocessen steeds minder tot een veroordeling leidden.

De marteling werd afgeschaft.

Rond 1720 waren er in Europa haast nergens meer heksenprocessen.

Magiërs kwamen al voor in alle tijden en de meeste culturen, voor zover dit is nagegaan.

Elk dorp had wel een magiër.

Zij konden op bovennatuurlijke wijze ingrijpen in het dagelijkse leven.

Witte magiërs genazen ziekten of ze vonden gestolen goederen terug.

Zij zijn nauwelijks ooit vervolgd.

Zwarte magiërs zouden mensen en dieren ziek maken of laten sterven, misoogsten veroorzaken of handelingen laten mislukken, zoals het karnen van boter uit melk.

Men sprak van maleficiën.

Deze maleficiën konden zij onder andere doen door aanraking, het uitspreken of opschrijven van een vervloeking, door poppen te maken van hun slachtoffer en daar pinnen in te steken, of door alleen maar ergens naar te kijken.

Sommige heksen wisten zelf niet dat ze dit "boze oog" hadden.

Verder zouden ze drankjes brouwen om conceptie te voorkomen, impotentie te veroorzaken, of om liefde aan te wakkeren dan wel te laten bekoelen.

Tot 1300 waren er geen heksenprocessen want zwarte magie werd in de dorpen bestraft door de burgerwacht of vigilante, of middels een wraakactie (vendetta).

Tussen 1325-1330 was er een aantal politieke showprocessen waarin vorsten hun tegenstanders ervan beschuldigden met hulp van de duivel samenzweringen tegen hen te smeden.

Dit leek enigszins op de latere heksenprocessen.

Tussen 1330 en 1375 zijn van slechts 25 heksenprocessen in Europa de stukken bewaard gebleven.

Heksen werden toen alleen van maleficiën beschuldigd.

De heks kreeg daarvoor een passende straf.

Een moord die gepleegd zou zijn door toverij werd hetzelfde bestraft als een moord die met een bijl was gepleegd.

Mannen en vrouwen van elke rang en stand konden van hekserij beschuldigd worden.

Tussen 1300-1400 was 50-60% van de heksen vrouw.

Na 1375 begon de dominicaanse inquisitie zich met de heksenvervolging te bemoeien.

De geleerden (theologen, filosofen en rechters) geloofden niet dat zwarte magie en maleficiën mogelijk waren zonder de hulp van de duivel.

Daarom beschuldigden zij de heksen er ook nog eens van, dat zij een ketters pact met de duivel hadden gesloten.

De heksen zouden de duivel aanbidden en in ruil daarvoor grote krachten krijgen om kwaad te doen.

Rond 1400 was er al sprake van ketterse duivelsverering en van abortus (door kruidendrank) en het vermoorden van baby's om magische dranken te maken.

De bekentenissen werden door marteling verkregen.

Vanuit het volk kwam tussen 1375 en 1580 bijna nooit een aanklacht over duivelsverering, het volk klaagde alleen over maleficiën.

Tussen 1365 en 1428 zijn van slechts 84 heksenprocessen de stukken bewaard gebleven. Tussen 1430-1500 waren er 300 bewezen heksenprocessen in heel Europa.

Tussen 1400-1500 was 60-70% van de heksen vrouw.

Hekserij betreft in het algemeen het uitoefenen of aanroepen van vermeende bovennatuurlijke krachten om mensen of gebeurtenissen te controleren.

In het Westen legt het volksgeloof de nadruk op het kwaadaardig handelen van de heks. Moderne hekserij, waarbij mensen zichzelf "heks" noemen, breekt radicaal met dit stereotiepe beeld en benadrukt positieve aspecten als eenheid met de natuur en de gelijkheid van man en vrouw.

In de oudheid vonden geen grootschalige vervolgingen van heksen plaats.

Religieuze vervolging van vermeende heksen nam pas een aanvang in de 14e eeuw. In het Europa van de vroege 15e eeuw kreeg men over hekserij religieuze angstbeelden: de heks als bevriend met de duivel.

Heksen werden nu niet alleen meer vervolgd vanwege schadelijke tovenarij (maleficium), maar vooral omdat ze die kwaadaardige handelingen dankzij een verbond met Satan en zijn demonen zouden doen.

Het geloof dat heksen leden waren van een geheimzinnige — per definitie duivelse — sekte leverde de vereiste basis voor grootschalige heksenvervolgingen.

Processen, veroordelingen en executies werden gemeengoed in heel Europa en bereikten een hoogtepunt tijdens de 16e en 17e eeuw.

Geloof in het bovennatuurlijke is een bijna universeel verschijnsel.

De manier waarop volken met het bovennatuurlijke in interactie treden verloopt op verschillende manieren, onder meer door gebed, muziek, offers en symboliek.

Bij magie geldt dat ervan wordt uitgegaan dat het bovennatuurlijke kan worden gemanipuleerd. Daar waar bij het gebed 'gevraagd' wordt, tracht magie te dwingen.

Deze magische manipulaties kunnen zowel een goed als een slecht doel beogen.

Toverij en hekserij als vormen van magie worden meestal beschouwd als pogingen om met behulp van geesten andere mensen kwaad te berokkenen.

Het verschil tussen een tovenaar en een heks, dat soms wordt gemaakt, komt erop neer dat een tovenaar gebruikmaakt van voorwerpen en medicijnen om kwaadaardige krachten op te roepen, terwijl de heks hetzelfde zou kunnen bereiken door de kracht van de eigen wil.

Het feit dat in de westerse beschaving een rationalistisch wereldbeeld ontstond dat op termijn het religieuze verklaringsmodel verdrong, is een unieke ontwikkeling in de menselijke geschiedenis.

Wat het geloof in hekserij betrof had dit een grote impact.

In de zeventiende en achttiende eeuw geloofde de meerderheid van de Europese sociale, politieke en intellectuele elites niet langer dat een mens een ander mens schade kon berokkenen door griezelige, niet-fysieke middelen.

Het praktische resultaat hiervan was dat staat na staat de wetten tegen hekserij werden ingetrokken, die tussen 1428 en 1782 naar schatting tot minstens veertigduizend executies hadden geleid.

Deze ommekeer kan worden beschouwd als een van de meest opmerkelijke processen in de overgang van de Europese cultuur naar moderniteit.

De vaststelling dat religie, in welke vorm ook, een vrijwel universeel fenomeen is bracht onderzoekers ertoe hiervoor verklaringen te zoeken.

De meeste van deze theorieën kunnen in drie groepen worden ondergebracht: psychologische, sociologische en een combinatie van deze twee.

Middelen tegen heksen

In de volksgeneeskunde zijn middelen tegen de invloed van heksen.

Enkele gaan als volgt:

  • een bundel van kruiden, op Sint-Jan verzameld

  • een vleermuis, boven schuur of stal gespijkerd

  • een paardenkop aan de stalmuur

  • een hoefijzer

  • nooit antwoorden op een vraag van een heks

  • beschimpen, wat een heks prijst

  • niets van een heks lenen

  • een vlierstruik bij stal en schuur

  • van een heks geen koffie of brandewijn aannemen, en vooral geen appel. Daardoor krijg je venijn in het lichaam, padden en slangen die naar je keel kruipen of aan je ingewanden knagen. Alleen door een half oord kon men genezen worden.

  • van alles wat men te eten of te drinken krijgt iets weggooien.

Als iemand behekst was, kon een heksenmeester of heksenbanner hem belezen.

Heksen worden onder meer ontmaskerd door een sleutelproef.

Een ander middel is het koken van de heksenkrans in het kussen in een stenen pannetje.

In dat geval moet alles in het huis potdicht zijn.

De heks lijdt dan zo veel pijn, dat zij wel móét verschijnen.

Ook het levend koken van een zwarte kip of haan is in dit geval goed.

Als de heks iemand heeft ziek gemaakt, kan men ook het water van het slachtoffer koken.

Ook dan moet de heks verschijnen.

Als de karn behekst is, moest men een hoefijzer in het vuur roodgloeiend maken.

De karn ging dan weer, maar de heks zat met een verbrande voet.

Om de karn te onttoveren kon men er ook een roggekorrel in laten vallen.

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square
bottom of page