top of page

afvalverwerking

Afval vroeger en nu

Afval heeft altijd bestaan.

Maar de manier waarop we ermee omgaan, is de afgelopen eeuwen wel veranderd.

Net als de hoeveelheden trouwens.

Meer weten over de geschiedenis van afval?

Lees dan verder.

Afval tot 1500 Ieder ruimt z’n eigen troep op De afvalophaaldienst van de gemeente bestaat nog niet zo lang.

Tot aan de late middeleeuwen ruimt iedereen z’n eigen troep op.

Controle is er nauwelijks.

Als de bestuurders niet langskomen, worden er hele tobbes of volle pispotten uit het raam leeggegooid.

Dat stinkt natuurlijk gigantisch.

Het afval bestaat puur uit organisch materiaal en as.

En dat verteert in de natuur.

Afval tussen 1500 en 1870 Toezicht op hygiëne verscherpt De bevolking groeit en dorpen veranderen in steden.

In de steden wordt afval steeds vaker op één plek verzameld.

Een goed begin.

Maar epidemieën zoals cholera zorgen voor nog meer bewustwording van hygiëne.

De regels en het toezicht op de openbare hygiëne worden verscherpt.

Voortaan worden straten gereinigd, grachten schoongemaakt en menselijke uitwerpselen apart gehouden van het andere afval.

Tonnen met afval worden een paar keer per week opgehaald en er komen aparte rioleringsstelsels voor menselijke uitwerpselen en was- en regenwater.

Afval tussen 1870 en 1945 Oorlog zorgt voor hergebruik Tijdens de Tweede Wereldoorlog heerst er werkloosheid en schaarste.

Dit leidt tot veel hergebruik.

Er wordt bijna nooit iets weggegooid; alle kapotte kleding wordt bijvoorbeeld gerepareerd.

Er is in deze periode daarom veel minder afval.

Afval tussen 1945 en 1955 Steeds betere riolering en reinigingsdienst Plastic verpakkingen en elektrische apparaten zijn sterk in opkomst.

De komst van de tv – en tv-reclame – zorgt voor een extra stijging van de consumptie.

Door de stijging van de welvaart stijgt ook de hoeveelheid afval.

De georganiseerde reinigingsdienst haalt het afval een paar keer per week op.

Het rioleringsstelsel wordt direct na de oorlog uitgebreid en geoptimaliseerd.

Afval van 1955 tot nu Gemotoriseerde voertuigen en gescheiden afvalstromen Veegmachines, bakfietsen, grofvuilauto’s en grote vuilniswagens komen in het straatbeeld. Ook de afvalverwerking wordt beter.

Verbrandingsovens worden beter en van GFT wordt compost gemaakt.

Er is steeds meer aandacht voor afvalscheiding.

In 1992 zijn er 13 gescheiden afvalstromen: groen afval, hout, metaal, schoon puin, autobanden, pvc, papier, glas, bouw- en sloopafval, restafval, fietsen, textiel en koelkasten. Hierdoor ontstaat het milieupark: een speciaal ingerichte plaats om afval gescheiden aan te bieden.

Door het afval beter te verzorgen, bescherm je de natuur en je leven een soort kringloop van afval.

Afval of vuilnis zijn stoffen, materialen en/of producten waarvan de eigenaar zich wil ontdoen. Weggooien is doorgaans wettelijk niet toegestaan, tenzij dit gebeurt in een afvalbak.

Het afval dient door een erkende afvalinzamelaar te worden opgehaald.

Deze afvalinzamelaar zal afhankelijk van de eigenschappen en herkomst van het afval een verwerkingsmethode kiezen.

In tegenstelling tot vroeger wordt nog maar een klein deel gestort op een stortplaats.

Sinds de industriële revolutie is de hoeveelheid en diversiteit van het afval enorm toegenomen. Daarnaast nam het aandeel schadelijk tot zeer schadelijke stoffen flink toe.

Doordat afval ongecontroleerd werd gedumpt en op verlaten plekken werd verbrand, nam de druk op het milieu toe.

De gevolgen hiervan werden voor mens en natuur steeds meer merkbaar.

In de jaren 70 van de 20e eeuw kwam er een kentering in het beleid.

Door de toenemende milieu-impact en het toegenomen bewustzijn van de schaarste van grondstoffen werd het afvalbeleid gericht op bescherming van het milieu en op hergebruik.

Met de introductie van de Ladder van Lansink werd richting gegeven aan de ideale verwerking van het afval.

De voorkeursvolgorde was:

Preventie Hergebruik Verbranden

Storten

Tegenwoordig komen bij storten en verbranden in een afvalverbrandingsinstallatie nog maar zeer beperkt schadelijke stoffen als dioxines, fijn stof, kwik en andere zware metalen vrij. Verbranden van afvalstoffen is alleen nog toegestaan indien aan strenge regels wordt voldaan. Tegenwoordig wordt ruim 80% van het afval nuttig toegepast/hergebruikt.

Als (huishoudelijk) afval verbrand wordt, mag de stroom die hiermee wordt opgewekt in 2008 voor 48% als groene stroom worden geboekt, vanwege de biomassa in het afval.

Vanwege de fossiele oorsprong moet de overige 52% als "grijze" stroom worden geboekt.

Volgens de stadsrekening van Antwerpen van 1401 was er al een ambtenaar, genaamd de slykmyder, belast met het schoonhouden van de markten en de bruggen.

Ook de inwoners dienen dan regelmatig hun straat schoon te maken en het afval naar een terrein buiten de stad te brengen.

Midden 15e eeuw wordt het recht om huisvuil op te halen verpacht door de magistraat.

Een vuilnisbak of vuilcontainer is een bak of een container waarin afval en alles wat men niet meer nodig heeft, wordt verzameld.

Onderscheid kan gemaakt worden tussen vuilnisbakken voor huisvuil die aan de straat worden gezet om geleegd te worden, afvalbakken voor bedrijfsafval en puin (soms ook tijdelijk aan de straat geplaatst bij een verbouwing), en publieke afvalbakken voor mensen die onderweg zijn.

De vuilnisbak werd door de Fransen uitgevonden; in de 19e eeuw stelde de prefect van de Seine, Eugène Poubelle, voor dat men afval niet meer zomaar op de straten mocht laten liggen en dat men het in een soort van container moest steken.

Het voorstel van Poubelle werd ingevoerd.

Poubelle besliste ook dat op regelmatige tijdstippen het afval opgehaald moest worden.

Men begon toen ook al aan het sorteren van het afval.

Vanaf de introductie werd het voorwerp door de Le Figaro, een Franse krant, bekritiseerd.

Al snel noemde de krant het "la poubelle" aangezien de naam van de uitvinder Poubelle is.

Het woord "poubelle" werd in 1890 opgenomen in een supplement van de Grand dictionnaire universel du XIXe siècle.

Vroeg tot mid 20 eeuw werd door huishoudens gebruik van vuilnisemmers gemaakt van verzinkt of gegalvaniseerd plaatstaal.

In de vuilnisemmer werd soms nog hete as van de met kolen, hout of turf gestookte kachels gegooid.

De emmers werden in de jaren zeventig vervangen door de kunststofvuilniszak.

Die waren lichter en men kon zo nodig meer dan één zak gebruiken.

Naast het gebruik van kunststofzakken ontwikkelde zich het gebruik van containers op wieltjes die op de verzameldagen aan de weg werden geplaatst om geleegd te worden.

Huishoudens hadden soms vuilnisbakken voor verschillende soorten afval.

Vaak grijze bakken voor restafval en groene voor groente-, fruit- en tuinafval.

Een gevolg van het per soort legen van de bakken was dat de frequentie van ophalen verschoof van eens per week naar eens per veertien dagen.

In de ene week wordt het GFT-afval opgehaald, in de andere het restafval.

In sommige gemeenten worden de bakken ook gebruikt voor papier- en kartonafval.

Begin 21e eeuw werden in veel gemeenten ondergrondse containers geplaatst waar meerdere huishoudens gebruik van maken.

Het periodiek leegmaken van deze containers is minder arbeidsintensief en kostenbesparend.

In diverse gemeenten werd ook gebruikgemaakt van een relatief kleine af te sluiten bak (de zogenaamde chemobox) voor klein chemisch afval (KCA).

Deze werd in de regel maar één keer per maand geleegd.

Vaak moeten mensen chemisch afval zelf naar een verzamelpunt brengen.

Het gebruik van de vuilniszak voor het aanbieden van vuilnis ontstond in Nederland halverwege de jaren 1960.

Tot die tijd beschikte elk huishouden over een metalen vuilnisemmer, die periodiek aan de straat gezet diende te worden.

Het legen van de emmers was zwaar werk, en een oplossing werd gezocht om de vuilnismannen te ontlasten.

In Puttershoek experimenteerde men in 1965 met papieren vuilniszakken en Amsterdam had twee jaar later de primeur in de vorm van een plastic huisvuilzak.

Het betreft hier wel een gejat idee, de echte uitvinder kwam uit Eindhoven en was directeur van zowel een schoonmaakbedrijf als een schildersbedrijf.

Deze man bedacht het idee in 1963 en vroeg patent aan bij de gemeente, helaas stierf deze man in 1967 en heeft hij nooit patent gekregen en ging de gemeente ermee aan de loop.

Diezelfde man vond ook de foetsiebak uit, een plastic vuilnisbak voor binnen met een wankel deksel die je dan niet hoefde aan te raken met je vingers maar een klein zwiepje met een mesje of iets anders was genoeg om zo tijdens het koken hygiënisch je afval te lozen.

Het mechanisme was een deksel met twee uitsteeksels die je in pinnen kon steken en zo een schommeleffect gaf.

In Rotterdam was men aanvankelijk wat sceptischer over de vuilniszak, aangezien men dacht dat een grote container op termijn succesvoller zou zijn, maar ook daar ging men overstag: in 1971 maakte de Roteb het gebruik van de vuilniszak in Rotterdam verplicht.

Het aan de straat zetten van een vuilniszak in plaats van een vuilnisemmer werd al gauw een gebruik in heel Nederland.

Over het algemeen was men positief over de vuilniszak.

Protesten tegen de zak waren er overigens wel, onder andere door milieuactivisten, die de metalen vuilnisemmer bleven prefereren boven de "vervuilende plastic zak".

Sinds eind jaren 70 kreeg de vuilniszak concurrentie van de minicontainer; een terugkeer naar de vuilnisemmer, maar dan van plastic, op wieltjes en met ruimte voor 240 liter afval.

De standaard KOMO vuilniszak in Nederland is 60x80cm.

En is enig in zijn gebruik, stevig, goed materiaal en deugdelijke binders om de zak te sluiten.

Zij erkennen overigens wel de goede uitvinder nadat de familieleden erachter kwamen dat anderen met de eer gingen strijken.


Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square
bottom of page